Postbus 53,
3850 AB Ermelo
Rek. nr.: 39.77.78.481 (Rabobank Ermelo)
info@molendekoe.nl
Webdesign:OrangeTalent
Door Nelleke van der Plas
Waar een groepje vrijwilligers van molen De Koe bij elkaar staat, moet Jan Kappers in het midden te vinden zijn. Als vraagbaak antwoordt hij kalm op de vele vragen: Jan, hoe werkt ook alweer de kortingsknop op de kassa? Waar staat de bezem? Weet jij welke molenaar vandaag komt? Ik heb een mevrouw voor de gecombineerde bierbrouwerij-molenrondleiding, waar zijn de kaartjes? Jan, waar wil je de stoelen hebben staan? Moet er niet een whiteboard komen om de afspraken op te noteren?
Vragen waar deze doorgewinterde molenvrijwilliger niet meer van opkijkt. Een baken in de hectiek van de dag, die vrijwilligers, bezoekers en langskomende dorpsgenoten zowat allemaal bij naam kent. Rustig hoort hij ze aan, denkt mee en draagt oplossingen en antwoorden aan. Met gemak regelt hij twee stoelen, een voor mij om op te zitten, de andere als tafeltje. Koffie? Lekker, graag Jan.
Jan Kappers heeft als geboren en getogen Ermeloër bijna zijn hele leven in het dorp gewoond. ‘Ik ben geboren in de Wilhelminalaan, vertrok in mijn diensttijd naar de marine en zat onder meer in Nieuw Guinea. Daarna ben ik in dienst gekomen bij de Nederlandse Handelsmaatschappij in Den Haag’. Jan gaat terug naar de Veluwe, komt in 1967 te werken in het bijkantoor van de Rabobank in Harderwijk. In 1968 komt daar het nieuwe hoofdkantoor en twee jaar later verkast Jan naar het gebouw in Ermelo. Als een levend geschiedenisboekje lepelt hij data en feiten op: ‘Zo’n beschilderde schutting rondom het gebouw, dat is niet nieuw hoor, dat deden we in 1974 al. Meester Schouten en de kinderen van de Margrietschool gingen aan de slag met een schutting rond de uitbreiding van de Rabobank in de Stationsstraat’. Jan vertelt verder, dat hij soms wel eens inviel bij de zittingen van de Rabobank op Veldwijk, over het hoofdkantoor van de Rabobank in Telgt, vader en zoon Van den Broek, zijn vele reizen voor de bank over de hele wereld. Jan was van jongs af aan handig met geld en cijfertjes, toen zijn oom ziek werd nam hij de administratie van de Gereformeerde Kerk over gedurende drie maanden voor drie avonden in de week.
Maar Jan is niet enkel en alleen een bankmens. Hij is ook actief voor de Boeldag, is jarenlang vrijwilliger geweest in de kantine van de tennisvereniging, organiseert nog tochten voor de commissie Samenspel van de Rabobank, was acht jaar penningmeester van de diaconie van de Gereformeerde kerk.. .. en werd ook een van de eerste vrijwilligers voor molen De Koe. “In het najaar van 2003 was ik op de avond in de Schout van Ermel. Het bestuur deed een oproep en ik heb me aangemeld voor wat klussen”. Samen met Gert Spijker, Jan Togtema en later Peter van der Velde dacht hij na over verkoop van artikelen voor de molen. Het begon met een kraam tijdens de braderie. Al snel werd een verkoopwagen aangeschaft die eerst op het huidige Molenaarsplein dienst deed. Het steeds weer naar buiten en binnen rijden gaf op den duur nadelen. Zeker in de laatste maanden van het jaar met slecht weer geen aangename zaak. Gelukkig kon de verkoopwagen later een vaste stek innemen in het gebouw van de vroegere Taxi Bakker. Veel comfortabeler.
Jan Kappers is voor elke klus te vinden. Zijn lijst is imposant: zakjes rozijnen en pannenkoekenmeel afvullen en etiketteren (in 2005 bij Géke thuis aan de keukentafel, later in het vulstation), het huisvesten van een voorraad van 800 kant-en-klare zakjes om een vliegende start te kunnen maken bij de opening van de molenwinkel in december 2008, het mede opzetten en organiseren van de Molendag met de fietstochten, met de kraam aanwezig bij het Schaapscheerdersfeest en het Oogstfeest in Telgt, bij de Wintersale bij Van Wilgenburg, sinds 2008 praktisch iedere zaterdag de Molenwinkel openen en ook weer afsluiten, en uiteraard bij ieder evenement het regelen van de financiële administratie.

(Op de foto: zakjes vullen voor de molenwinkel, 2005)
Ook houdt hij nauwgezet de ontwikkelingen rondom de molen in de gaten. Hij heeft al een kijkje genomen in het nieuwe Pakhuis. Hij is blij met deze nieuwe buurman: daar is een nieuwe ruimte ingebouwd voor de molenvrijwilligers dat dienst gaat doen als vulstation en magazijn. Maar het grootste voordeel is dat vrijwilligers en bezoekers gebruik kunnen gaan maken van het toilet. Uiteraard moeten er goede afspraken worden gemaakt voor dit medegebruik. Maar met de opening van Het Pakhuis is Jans grootste ergernis opgelost. Je zou haast zeggen: ‘dat lucht op!’
(Op de foto: vlnr Jan Togtema, Peter van der Velde en Jan Kappers, 2005)
De andere ontwikkelingen laten niet lang op zich wachten. ‘Straks wordt de Molenaarswoning verbouwd en opgeknapt. Het VVV zal zijn intrek hierin nemen. Een prima plek voor de bezoekers en toeristen die bij het VVV informatie komen inwinnen. Ze maken dan gelijk kennis met de molen en Het Pakhuis en zien hoe aantrekkelijk Ermelo is. Dat is ons sterke punt. We hebben een aantrekkelijk dorp, een vriendelijk dorp en dat wordt alleen maar beter’.
Dan volgt de bouw van de woning van mevrouw Verweij op de naastliggende kavel. Tot slot de verhuizing van de AH-winkel en de bouw van appartementen rechts van de molen en Het Pakhuis. ‘Maar dan zijn we al een jaar of acht verder’, aldus Jan, ‘ik hoop alleen maar dat het Molenaarsplein er niet onder lijdt. Het is nu aardig netjes aangelegd en opgeknapt. Het is voor de uitstraling van de molen belangrijk dat de entree en het plein keurig in orde zijn, het is ons visitekaartje. Maar als alles af is dan hebben we hier een machtig mooie plek. In welk dorp vind je dat nog?’

(Op de foto: Jan Kappers met Ciska van der Linde, 2009)

